BWBR0020525
Geldig vanaf 2006-11-23
Artikel 3.6
Organisatiebesluit BZK 2006
1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het in samenwerking met verantwoordelijke beleidsonderdelen voorbereiden en beheren van alle wet- en regelgeving op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1Met uitzondering van de niet-formele wetgeving op het terrein van rechtspositionele aangelegenheden en de ministeriële regelgeving van het agentschap BPR.;
b. het behandelen van constitutionele vraagstukken en het voorbereiden van en adviseren over het constitutionele beleid;
c. het toetsen van regelgeving en verdragen alsmede overige beleidsvoornemens van andere ministeries aan het Statuut, de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele inslag;
d. het namens de Minister bijdragen aan de ontwikkeling van het wetgevingskwaliteitsbeleid;
e. het behandelen van bijzondere opdrachten van de departementsleiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.
3. De directie kan daarnaast worden belast met de zorg voor daartoe aangewezen projecten in het kader van bestuurlijke en democratische vernieuwing.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het in samenwerking met verantwoordelijke beleidsonderdelen voorbereiden en beheren van alle wet- en regelgeving op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1Met uitzondering van de niet-formele wetgeving op het terrein van rechtspositionele aangelegenheden en de ministeriële regelgeving van het agentschap BPR.;
b. het behandelen van constitutionele vraagstukken en het voorbereiden van en adviseren over het constitutionele beleid;
c. het toetsen van regelgeving en verdragen alsmede overige beleidsvoornemens van andere ministeries aan het Statuut, de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele inslag;
d. het namens de Minister bijdragen aan de ontwikkeling van het wetgevingskwaliteitsbeleid;
e. het behandelen van bijzondere opdrachten van de departementsleiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.
3. De directie kan daarnaast worden belast met de zorg voor daartoe aangewezen projecten in het kader van bestuurlijke en democratische vernieuwing.