BWBR0020523
Geldig vanaf 2008-01-09
Artikel 6.5
Organisatiebesluit directoraat-generaal Veiligheid (Organisatiebesluit DGV)
1. De afdeling Risicobeleid staat onder leiding van een hoofd.
2. De afdeling heeft de volgende taken:
a. het, monitoren en analyseren van politieke, maatschappelijke, economische, sociale en technische ontwikkelingen zowel nationaal als internationaal, voorzover die van invloed kunnen zijn op de publieke veiligheid in Nederland en kunnen leiden tot potentiële crises en rampen;
b. het analyseren van beleidsontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de publieke veiligheid van burgers en kunnen leiden tot mogelijke crises en rampen;
c. het opstellen en analyseren van mogelijke crisisscenario’s;
d. het bijdragen aan de ontwikkeling van duidelijke beleidslijnen t.a.v. de rol die het thema veiligheid in het algemeen en de mogelijkheid van crisis- en rampenbeheersing in het bijzonder moet hebben binnen de (bestuurlijke) besluitvorming zowel publiek als privaat op alle niveaus;
e. het, in samenspraak met andere departementen, ontwikkelen van een visie hoe crises en rampen zoveel als mogelijk te voorkomen en beheersbaar te maken;
f. het, in samenspraak met partners in veiligheid, komen tot duidelijke en integrale beleidskaders, op grond waarvan risico’s en onveiligheid maatschappelijk geaccepteerd kunnen worden;
g. het behartigen van de beleidsmatige aspecten van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) en, indien het voortouw ligt bij BZK, het coördineren van een reactie op de aanbevelingen van de OVV;
h. het regisseren en coördineren van het continue beleidsproces ten aanzien van vitale infrastructuur; het waarborgen van de samenhang van de beschermende maatregelen;
i. het bijdragen aan beleidsvorming rond onderdelen die binnen de verantwoordelijkheid van BZK vallen ten aanzien van de vitale infrastructuur;
j. het ontwikkelen van een beleidsvisie ter versterking van het algemene veiligheidsbewustzijn.
2. De afdeling heeft de volgende taken:
a. het, monitoren en analyseren van politieke, maatschappelijke, economische, sociale en technische ontwikkelingen zowel nationaal als internationaal, voorzover die van invloed kunnen zijn op de publieke veiligheid in Nederland en kunnen leiden tot potentiële crises en rampen;
b. het analyseren van beleidsontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de publieke veiligheid van burgers en kunnen leiden tot mogelijke crises en rampen;
c. het opstellen en analyseren van mogelijke crisisscenario’s;
d. het bijdragen aan de ontwikkeling van duidelijke beleidslijnen t.a.v. de rol die het thema veiligheid in het algemeen en de mogelijkheid van crisis- en rampenbeheersing in het bijzonder moet hebben binnen de (bestuurlijke) besluitvorming zowel publiek als privaat op alle niveaus;
e. het, in samenspraak met andere departementen, ontwikkelen van een visie hoe crises en rampen zoveel als mogelijk te voorkomen en beheersbaar te maken;
f. het, in samenspraak met partners in veiligheid, komen tot duidelijke en integrale beleidskaders, op grond waarvan risico’s en onveiligheid maatschappelijk geaccepteerd kunnen worden;
g. het behartigen van de beleidsmatige aspecten van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) en, indien het voortouw ligt bij BZK, het coördineren van een reactie op de aanbevelingen van de OVV;
h. het regisseren en coördineren van het continue beleidsproces ten aanzien van vitale infrastructuur; het waarborgen van de samenhang van de beschermende maatregelen;
i. het bijdragen aan beleidsvorming rond onderdelen die binnen de verantwoordelijkheid van BZK vallen ten aanzien van de vitale infrastructuur;
j. het ontwikkelen van een beleidsvisie ter versterking van het algemene veiligheidsbewustzijn.