BWBR0020516
Geldig vanaf 2006-11-12
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren 2007
1. De Minister verleent op aanvraag aan een werkgever gedurende het kalenderjaar 2007 een subsidie als bijdrage in de loonkosten van zijn werknemer. De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.573,– per kalenderjaar bij een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van 32 uur of meer uren per week en wordt naar rato verminderd naarmate de arbeidsovereenkomst minder dan een jaar heeft geduurd of een arbeidsduur heeft van minder dan 32 uur per week of naarmate het gemiddelde aantal arbeidsuren waarover de werkgever loon heeft betaald minder dan 32 uur per week bedraagt.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend tot een maximum van het aantal bij de werkgever in dienst zijnde werknemers, genoemd in bijlage 1aals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005.
3. Indien gedurende het kalenderjaar 2007 met betrekking tot een werknemer positieve uitstroom als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1°, naar een andere werkgever wordt gerealiseerd, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de loonkosten van die werknemer op dezelfde voet voortgezet tot uiterlijk het einde van de duur van de arbeidsovereenkomst met die werknemer, dan wel indien de duur van die arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd is of een bepaalde tijd heeft die voortduurt na 1 januari 2007, tot uiterlijk 1 januari 2008.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien aansluitend op, dan wel binnen zes maanden na de beëindiging van de RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst, met de persoon die op grond van die RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst werkzaam was een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet sociale werkvoorzieningwordt gesloten, een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in die wet, een dienstbetrekking wordt aangegaan met toepassing van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, dan wel een dienstbetrekking wordt aangegaan waarbij anderszins subsidie als bijdrage in de loonkosten van die persoon, of compensatie voor aan die persoon verbonden loonkosten wordt verleend.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend tot een maximum van het aantal bij de werkgever in dienst zijnde werknemers, genoemd in bijlage 1aals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005.
3. Indien gedurende het kalenderjaar 2007 met betrekking tot een werknemer positieve uitstroom als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1°, naar een andere werkgever wordt gerealiseerd, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de loonkosten van die werknemer op dezelfde voet voortgezet tot uiterlijk het einde van de duur van de arbeidsovereenkomst met die werknemer, dan wel indien de duur van die arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd is of een bepaalde tijd heeft die voortduurt na 1 januari 2007, tot uiterlijk 1 januari 2008.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien aansluitend op, dan wel binnen zes maanden na de beëindiging van de RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst, met de persoon die op grond van die RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst werkzaam was een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet sociale werkvoorzieningwordt gesloten, een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in die wet, een dienstbetrekking wordt aangegaan met toepassing van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, dan wel een dienstbetrekking wordt aangegaan waarbij anderszins subsidie als bijdrage in de loonkosten van die persoon, of compensatie voor aan die persoon verbonden loonkosten wordt verleend.