BWBR0020459
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4
Subsidieregeling schippersinternaten
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van het kalenderjaar 2007, 2008 en 2009 bestaat uit respectievelijk € 443, € 509 en € 528 per kind in een internaat of pleeggezin, verhoogd met de som van de bedragen die ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal kinderen:
a. in een internaat, indien de exploitant: 1°. huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769;
2°. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten;
3°. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300;
4°. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416;
1°. huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769;
2°. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten;
3°. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300;
4°. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416;
b. in een pleeggezin met respectievelijk € 2.872, € 3.304 en € 3.423.
2. Voor de toepassing van het eerste lid komen slechts in aanmerking kinderen die op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in een internaat of pleeggezin werden gehuisvest, verzorgd en opgevoed.
3. Indien een kind wordt gehuisvest, verzorgd en opgevoed in een internaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2e en dit internaat onderdeel uitmaakt van een in een meerjarig capaciteitsplan opgenomen nieuwbouwplan, wordt de toeslag met betrekking tot de rente- en aflossingskosten slechts verleend, indien dit capaciteitsplan door de Minister is goedgekeurd.
4. Indien een internaat bestaat uit een samenstel van gebouwen en deze gebouwen onder meer dan één categorie vallen, zoals omschreven in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het gebouw waarin het kind overnacht.
5. Met ingang van het kalenderjaar 2009 kan de subsidie, bedoeld in artikel 2, worden verhoogd met maximaal € 1,4 mln. voor verhoging van de kwaliteit en het waarborgen van de continuïteit van de schippersinternaten. Het betreft een jaarlijks met € 0,1 mln aflopend bedrag tot € 1,0 mln in 2013.
a. in een internaat, indien de exploitant: 1°. huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769;
2°. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten;
3°. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300;
4°. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416;
1°. huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769;
2°. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten;
3°. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300;
4°. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416;
b. in een pleeggezin met respectievelijk € 2.872, € 3.304 en € 3.423.
2. Voor de toepassing van het eerste lid komen slechts in aanmerking kinderen die op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in een internaat of pleeggezin werden gehuisvest, verzorgd en opgevoed.
3. Indien een kind wordt gehuisvest, verzorgd en opgevoed in een internaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2e en dit internaat onderdeel uitmaakt van een in een meerjarig capaciteitsplan opgenomen nieuwbouwplan, wordt de toeslag met betrekking tot de rente- en aflossingskosten slechts verleend, indien dit capaciteitsplan door de Minister is goedgekeurd.
4. Indien een internaat bestaat uit een samenstel van gebouwen en deze gebouwen onder meer dan één categorie vallen, zoals omschreven in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het gebouw waarin het kind overnacht.
5. Met ingang van het kalenderjaar 2009 kan de subsidie, bedoeld in artikel 2, worden verhoogd met maximaal € 1,4 mln. voor verhoging van de kwaliteit en het waarborgen van de continuïteit van de schippersinternaten. Het betreft een jaarlijks met € 0,1 mln aflopend bedrag tot € 1,0 mln in 2013.