1. Een aanvraag voor een chauffeurspas bedoeld in
artikel 76, eerste lid, van het besluitwordt mede aangemerkt als een aanvraag voor een tijdelijk bewijsschrift.
2. Een melding van het CBR aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat dat de aanvrager recht heeft op het getuigschrift bedoeld in
artikel 2 van de regeling, wordt mede aangemerkt als een erkend getuigschrift bedoeld in
artikel 76, eerste lid, onderdeel d, van het besluit.
3. Een afschrift van het getuigschrift, bedoeld in
artikel 76, eerste lid, onderdeel d, van het besluitzendt de aanvrager onverwijld na zodra hij daarvan in het bezit is.
4. Zodra de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het CBR de melding, bedoeld in het tweede lid, heeft ontvangen zal worden overgegaan tot verstrekking van het tijdelijk bewijsschrift.
5. Indien de aanvraag wordt ingediend alvorens het laatste deel van het examen heeft plaatsgevonden, zal de aanvraag worden afgewezen indien uit de gegevens van het CBR niet gebleken is dat de aanvrager het examen op de bij de aanvraag opgegeven examendatum met goed gevolg heeft afgelegd.