BWBR0020444
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 17
Besluit technische hulpmiddelen strafvordering
1. Een technisch hulpmiddel voor observatie of het opnemen van telecommunicatie, waarmee overeenkomstig artikel 3.22, eerste lid, van de Telecommunicatieweteen gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, voldoet aan de volgende eisen:
a. het technische hulpmiddel veroorzaakt niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk;
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
2. De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
a. het technische hulpmiddel veroorzaakt niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk;
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
2. De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.