BWBR0020418
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 6
Besluit boetes Wft
1. Indien een boete wordt opgelegd aan een persoon die behoort tot een van de hierna genoemde categorieën, is de hoogte van de boete mede afhankelijk van diens draagkracht:
a. financiële ondernemingen;
b. vertegenwoordigers van een verzekeraar;
c. houders van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, 3:96 of 5:32 van de Wet op het financieel toezicht;
d. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden verrichten ten behoeve van deze activiteiten; en
e. personen en vennootschappen, niet behorende tot een in de onderdelen a tot en met d genoemde categorie, indien het een overtreding betreft van artikel: 1°. 5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. 5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°. 5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
1°. 5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. 5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°. 5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
2. De draagkracht komt in de hoogte van de boete tot uiting door het boetebedrag, zoals bepaald op grond van artikel 3, 4en 5, te vermenigvuldigen met de op grond van artikel 7toepasselijke draagkrachtfactor.
3. Indien de toezichthouder niet beschikt over de voor de bepaling van de draagkracht noodzakelijke gegevens, verzoekt hij degene aan wie de boete zal worden opgelegd deze gegevens binnen een door hem te stellen redelijke termijn te verstrekken.
4. Indien de betrokkene de in het derde lid bedoelde gegevens niet binnen de in dat lid bedoelde termijn verstrekt, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de draagkrachtfactor vijf van toepassing.
5. Indien een boete wordt opgelegd aan een persoon die behoort tot meerdere van de in het eerste artikel genoemde categorie dan is de categorie van toepassing die leidt tot de hoogste draagkrachtfactor.
a. financiële ondernemingen;
b. vertegenwoordigers van een verzekeraar;
c. houders van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, 3:96 of 5:32 van de Wet op het financieel toezicht;
d. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden verrichten ten behoeve van deze activiteiten; en
e. personen en vennootschappen, niet behorende tot een in de onderdelen a tot en met d genoemde categorie, indien het een overtreding betreft van artikel: 1°. 5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. 5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°. 5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
1°. 5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. 5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°. 5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
2. De draagkracht komt in de hoogte van de boete tot uiting door het boetebedrag, zoals bepaald op grond van artikel 3, 4en 5, te vermenigvuldigen met de op grond van artikel 7toepasselijke draagkrachtfactor.
3. Indien de toezichthouder niet beschikt over de voor de bepaling van de draagkracht noodzakelijke gegevens, verzoekt hij degene aan wie de boete zal worden opgelegd deze gegevens binnen een door hem te stellen redelijke termijn te verstrekken.
4. Indien de betrokkene de in het derde lid bedoelde gegevens niet binnen de in dat lid bedoelde termijn verstrekt, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de draagkrachtfactor vijf van toepassing.
5. Indien een boete wordt opgelegd aan een persoon die behoort tot meerdere van de in het eerste artikel genoemde categorie dan is de categorie van toepassing die leidt tot de hoogste draagkrachtfactor.