BWBR0020403
Geldig vanaf 2006-10-25
Artikel 3
Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010
1. De minister verstrekt per kalenderjaar aan instellingen een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.3, derde lid, van de WEB, om in samenwerking met relevante partijen uit de regio zorg te dragen voor:
a. passende stageplaatsen dan wel simulatieplaatsen voor deelnemers, in het bijzonder moeilijk plaatsbare deelnemers;
b. intensieve begeleiding van moeilijk plaatsbare deelnemers naar en op de stage- of simulatieplaats.
2. Ter uitwerking van de doelen, genoemd in het eerste lid, besteedt een instelling de aanvullende vergoeding aan:
a. het aan deelnemers aanbieden van voldoende stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers;
b. het waar nodig creëren van simulatieplaatsen, met als doel geleiding naar stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; en
c. een adequate opleiding van deelnemerbegeleiders van instellingen.
3. Een instelling richt zich bij de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid, met name op:
a. moeilijk plaatsbare deelnemers in de assistentopleiding en basisberoepsopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de WEB, met name door middel van intensieve begeleiding;
b. de positie van allochtone jongeren; en
c. de competentiegerichte beroepsopleidingen.
4. Een instelling maakt over het gestelde in het tweede en derde lid afspraken met relevante partijen uit de regio, waaronder leerbedrijven en kenniscentra. Deze afspraken sluiten zoveel mogelijk aan op activiteiten in de regio en hebben met name betrekking op het werven van en de kwaliteitsbewaking van simulatieplaatsen en op de wijze van geleiding naar stageplaatsen.
a. passende stageplaatsen dan wel simulatieplaatsen voor deelnemers, in het bijzonder moeilijk plaatsbare deelnemers;
b. intensieve begeleiding van moeilijk plaatsbare deelnemers naar en op de stage- of simulatieplaats.
2. Ter uitwerking van de doelen, genoemd in het eerste lid, besteedt een instelling de aanvullende vergoeding aan:
a. het aan deelnemers aanbieden van voldoende stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers;
b. het waar nodig creëren van simulatieplaatsen, met als doel geleiding naar stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; en
c. een adequate opleiding van deelnemerbegeleiders van instellingen.
3. Een instelling richt zich bij de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid, met name op:
a. moeilijk plaatsbare deelnemers in de assistentopleiding en basisberoepsopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de WEB, met name door middel van intensieve begeleiding;
b. de positie van allochtone jongeren; en
c. de competentiegerichte beroepsopleidingen.
4. Een instelling maakt over het gestelde in het tweede en derde lid afspraken met relevante partijen uit de regio, waaronder leerbedrijven en kenniscentra. Deze afspraken sluiten zoveel mogelijk aan op activiteiten in de regio en hebben met name betrekking op het werven van en de kwaliteitsbewaking van simulatieplaatsen en op de wijze van geleiding naar stageplaatsen.