BWBR0020371
Geldig vanaf 2022-06-29
Artikel 1a
Sanctieregeling Belarus 2006
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 bis, derde lid, artikel 1 bis ter, tweede lid, artikel 1 quater, eerste en tweede lid, artikel 1 septies, lid 1 bis bis, lid 4 ter en lid 6 bis, artikel 1 undecies quater, twaalfde lid, lid 12 bis en veertiende lid, artikel 1 noviesdecies bis, vierde en vijfde lid, artikel 1 vicies bis, lid 6 ter, lid 7 bis en lid 7 ter, en artikel 8 octies, vierde en zesde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter, tweede lid, artikel 1 ter ter, achtste lid, negende lid, twaalfde lid, dertiende lid, veertiende lid en lid 14 bis, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies, derde lid, lid 3 bis, vierde lid, vijfde tot en met achtste lid, artikel 1 septies bis, lid 1 ter en derde lid, artikel 1 septies quater, eerste lid, artikel 1 octies quater, vierde lid, artikel 1 noviesdecies bis, elfde lid, artikel 1 vicies, tweede lid, vierde lid en lid 4 bis, en artikel 1 vicies bis, zesde lid, lid 6 bis en zevende lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is, voor zover het betreft de verlening van de bedoelde diensten of transacties met betrekking tot technische bijstand of tussenhandeldiensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Buitenlandse Zaken en, voor zover het betreft de financiering of financiële bijstand, financiële diensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Financiën.
2a. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter ter, tiende en vijftiende lid, artikel 1 octies quinquies, vierde lid, artikel 1 undecies quater, dertiende lid, en artikel 1 noviesdecies bis, tiende lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies ter, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies quater, elfde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4 quater van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies ter, lid 1 ter, van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Economische Zaken.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4ter en artikel 5, van Verordening (EG) nr. 765/2006is, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van economische middelen, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard en elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 duodecies, derde lid, artikel 1 unvicies, derde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4 ter, en artikel 4 quinquies, van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen, financiële bijstand, financiële diensten of transacties en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën, met dien verstande dat kredietinstellingen de informatie, bedoeld in artikel 1 septvicies, onder a en b, van Verordening (EG) nr. 765/2006, verstrekken aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank is ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 1 septvicies bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Financiën.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, vierde lid, en artikel 8 quater, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, lid 1 quinquies, is de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie.
7. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, derde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
8. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies bis, zesde lid, artikel 1 noviesdecies ter, zevende lid, en artikel 1 noviesdecies quater, vijfde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter, tweede lid, artikel 1 ter ter, achtste lid, negende lid, twaalfde lid, dertiende lid, veertiende lid en lid 14 bis, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies, derde lid, lid 3 bis, vierde lid, vijfde tot en met achtste lid, artikel 1 septies bis, lid 1 ter en derde lid, artikel 1 septies quater, eerste lid, artikel 1 octies quater, vierde lid, artikel 1 noviesdecies bis, elfde lid, artikel 1 vicies, tweede lid, vierde lid en lid 4 bis, en artikel 1 vicies bis, zesde lid, lid 6 bis en zevende lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is, voor zover het betreft de verlening van de bedoelde diensten of transacties met betrekking tot technische bijstand of tussenhandeldiensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Buitenlandse Zaken en, voor zover het betreft de financiering of financiële bijstand, financiële diensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Financiën.
2a. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter ter, tiende en vijftiende lid, artikel 1 octies quinquies, vierde lid, artikel 1 undecies quater, dertiende lid, en artikel 1 noviesdecies bis, tiende lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies ter, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Financiën of de Minister van Klimaat en Groene Groei, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies quater, elfde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4 quater van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies ter, lid 1 ter, van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Economische Zaken.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4ter en artikel 5, van Verordening (EG) nr. 765/2006is, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van economische middelen, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard en elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 duodecies, derde lid, artikel 1 unvicies, derde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4 ter, en artikel 4 quinquies, van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen, financiële bijstand, financiële diensten of transacties en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën, met dien verstande dat kredietinstellingen de informatie, bedoeld in artikel 1 septvicies, onder a en b, van Verordening (EG) nr. 765/2006, verstrekken aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank is ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 1 septvicies bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Financiën.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, vierde lid, en artikel 8 quater, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies quarter, lid 1 quinquies, is de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie.
7. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quinquies bis, derde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
8. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 octies bis, zesde lid, artikel 1 noviesdecies ter, zevende lid, en artikel 1 noviesdecies quater, vijfde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.