BWBR0020370
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 7
Voorlopig Bestuursreglement van de Nederlandse Zorgautoriteit
1. Een bestuurslid heeft het recht van verschoning indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn. Indien hij van het recht van verschoning gebruik maakt, doet hij hiervan mededeling aan de voorzitter dan wel, indien het de voorzitter betreft, de plaatsvervangend voorzitter.
2. Indien de Raad van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de Raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de Raad besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien het eerste of tweede lid van toepassing is, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid.
2. Indien de Raad van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de Raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de Raad besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien het eerste of tweede lid van toepassing is, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid.