BWBR0020352
Geldig vanaf 2006-12-18
Artikel 10
Regeling innovatiearrangement 2006 tot en met 2009
1. Een projectvoorstel wordt door de beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. mate van innovatie;
b. samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven;
c. uitvoerbaarheid;
d. bruikbaarheid.
2. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
3. Bij de beoordeling kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is een hogere waardering worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.
4. Op projectvoorstellen wordt, in overleg met de Stichting van de Arbeid, binnen acht weken na de sluitingsdata, bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid, gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling. Indien niet binnen acht weken kan worden beslist, wordt aan de indiener medegedeeld binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
5. Projectvoorstellen worden niet in behandeling genomen indien deze niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 9, vijfde lid.
a. mate van innovatie;
b. samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven;
c. uitvoerbaarheid;
d. bruikbaarheid.
2. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
3. Bij de beoordeling kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is een hogere waardering worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.
4. Op projectvoorstellen wordt, in overleg met de Stichting van de Arbeid, binnen acht weken na de sluitingsdata, bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid, gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling. Indien niet binnen acht weken kan worden beslist, wordt aan de indiener medegedeeld binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
5. Projectvoorstellen worden niet in behandeling genomen indien deze niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 9, vijfde lid.