BWBR0020351
Geldig vanaf 2006-10-12
Artikel 1
Besluit beperkende bepalingen op openbaarheid van naar Nationaal Archief over te brengen archiefbescheiden
Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt aan de openbaarheid van de naar het Algemeen Rijksarchief overgebrachte archiefbescheiden van het archief Bestuurs- en Kabinetszaken van de Directie Binnenlands Bestuur (1915-) 1949-1982 , de volgende beperking gesteld:
1. Raadpleging van bescheiden die betrekking hebben op nog levende personen, zoals vermeld in de inventarisnummers 2371, 2612–2613, 2668, 3916–3956, 3998–5373, 5378–5430, 5445, 5462–5470, 5612, 5615, 5618–5626, 5649–5654, 5658, 6475–6557, 6560, 6575, 6593, 6609–6611, 6621 en 10708 is slechts mogelijk na ondertekening door de onderzoeker van het door het Algemeen rijksarchief gehanteerde Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven; een exemplaar van dit formulier is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Het formulier is tevens via het Internet te benaderen op de site op de site van het Nationaal Archief.
2. Het formulier, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven indien: a. de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op zichzelf;
b. de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden;
c. de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie het dossier betrekking heeft toestemming geeft tot inzage;
d. er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
a. de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op zichzelf;
b. de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden;
c. de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie het dossier betrekking heeft toestemming geeft tot inzage;
d. er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
3. Het formulier, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.
1. Raadpleging van bescheiden die betrekking hebben op nog levende personen, zoals vermeld in de inventarisnummers 2371, 2612–2613, 2668, 3916–3956, 3998–5373, 5378–5430, 5445, 5462–5470, 5612, 5615, 5618–5626, 5649–5654, 5658, 6475–6557, 6560, 6575, 6593, 6609–6611, 6621 en 10708 is slechts mogelijk na ondertekening door de onderzoeker van het door het Algemeen rijksarchief gehanteerde Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven; een exemplaar van dit formulier is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Het formulier is tevens via het Internet te benaderen op de site op de site van het Nationaal Archief.
2. Het formulier, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven indien: a. de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op zichzelf;
b. de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden;
c. de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie het dossier betrekking heeft toestemming geeft tot inzage;
d. er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
a. de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op zichzelf;
b. de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden;
c. de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie het dossier betrekking heeft toestemming geeft tot inzage;
d. er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
3. Het formulier, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.