BWBR0020348
Geldig vanaf 2006-10-07
Artikel 4
Instellingsbesluit Adviescommissie Versterking Randstad
1. De commissie bestaat uit: de heer W. Kok (voorzitter), de heer prof. drs. G.J. Cerfontaine, de heer mr. P.A. Nouwen, mevrouw mr. M.J. Oudeman MBA, mevrouw mr. Y.C.M.T. van Rooy, de heer mr. M. Tabaksblat en de heer H. Zwarts.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt en ontslaat de leden van de commissie.
3. Het secretariaat van de commissie wordt gevormd door ambtenaren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, alsmede door tijdelijk ingehuurde externe medewerkers.
4. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter van de commissie en voert zijn werkzaamheden onafhankelijk van beide ministeries en de Holland Acht uit.
5. De commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, zijn werkwijze en die van het secretariaat regelen.
6. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de beheersregels, op grond van de Archiefwet(Stb. 1995, 276) en het Archiefbesluit(Stb. 1995, 671). De bescheiden worden na het beëindigen van de werkzaamheden overgedragen aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt en ontslaat de leden van de commissie.
3. Het secretariaat van de commissie wordt gevormd door ambtenaren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, alsmede door tijdelijk ingehuurde externe medewerkers.
4. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter van de commissie en voert zijn werkzaamheden onafhankelijk van beide ministeries en de Holland Acht uit.
5. De commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, zijn werkwijze en die van het secretariaat regelen.
6. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de beheersregels, op grond van de Archiefwet(Stb. 1995, 276) en het Archiefbesluit(Stb. 1995, 671). De bescheiden worden na het beëindigen van de werkzaamheden overgedragen aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.