BWBR0020302
Geldig vanaf 2006-10-13
Artikel 13
Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap
1. Het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 42 van de Verordening bestaat uit ten minste drie leden.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">45 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing op een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een onderlinge taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.
3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">45 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing op een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een onderlinge taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.
3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.