BWBR0020260
Geldig vanaf 2006-09-10
Artikel 5
Regeling instelling Nationaal rapporteur mensenhandel
1. Het rapport, genoemd in artikel 2, derde lid, bevat in ieder geval:
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot (de Nederlandse inbreng in) internationale organisaties en tot non-gouvernementele organisaties.
3. De Minister van Justitie zendt het rapport ter kennisneming aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot (de Nederlandse inbreng in) internationale organisaties en tot non-gouvernementele organisaties.
3. De Minister van Justitie zendt het rapport ter kennisneming aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.