BWBR0020254
Geldig vanaf 2006-09-07
Artikel 3
Besluit programma MobiliteitsManagement 2006
1. Er is een commissie die tot taak heeft de minister op verzoek te adviseren over aanvragen om subsidieverlening op grond van het Programma MobiliteitsManagement 2006.
2. De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd.
3. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste zes andere leden.
4. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd.
5. De minister stelt de werkwijze van de commissie vast.
6. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de subsidieverlening.
7. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
8. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd.
3. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste zes andere leden.
4. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd.
5. De minister stelt de werkwijze van de commissie vast.
6. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de subsidieverlening.
7. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
8. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.