BWBR0020220
Geldig vanaf 2006-09-02
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW 2006
De inspecteur-generaal brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarin daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd;
d. het aantal klachten dat is ingediend tegen buitengewoon opsporingsambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de aard van die klachten.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarin daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd;
d. het aantal klachten dat is ingediend tegen buitengewoon opsporingsambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de aard van die klachten.