BWBR0020150
Geldig vanaf 2006-08-19
Artikel 2
Instellingsbesluit Strategische Adviescommissie Innovatieprogramma’s
1. Er is een Strategische Adviescommissie Innovatieprogramma’s.
2. De commissie heeft tot taak de minister op zijn verzoek op hoofdlijnen een advies te geven over voorstellen voor visies, strategische agenda’s en innovatieprogramma’s die worden ingediend in het kader van de programmatische aanpak binnen het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken, waarbij de volgende beoordelingscriteria worden gehanteerd:
a. de mate waarin de voorstellen bijdragen aan en aansluiten op de internationale excellentie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen binnen het desbetreffende innovatiethema;
b. de mate waarin de voorstellen bijdragen aan een duurzame economische groei en, waar mogelijk, aan de oplossing van maatschappelijke knelpunten in Nederland;
c. de mate waarin sprake is van samenhang en (internationale) samenwerking binnen het innovatiethema waarop het voorstel betrekking heeft;
d. de aanwezigheid van knelpunten die de betrokkenheid van de overheid voor de realisatie en uitvoering van het innovatieprogramma noodzakelijk maken;
e. de effectiviteit en de efficiëntie van de betrokkenheid van de overheid bij de realisatie en uitvoering van het innovatieprogramma;
f. de mate van vertrouwen in de voorgestelde aanpak.
3. De commissie beoordeelt de kwaliteit, ambitie en uitvoerbaarheid van een innovatieprogramma in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende visie en strategische agenda.
4. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
2. De commissie heeft tot taak de minister op zijn verzoek op hoofdlijnen een advies te geven over voorstellen voor visies, strategische agenda’s en innovatieprogramma’s die worden ingediend in het kader van de programmatische aanpak binnen het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken, waarbij de volgende beoordelingscriteria worden gehanteerd:
a. de mate waarin de voorstellen bijdragen aan en aansluiten op de internationale excellentie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen binnen het desbetreffende innovatiethema;
b. de mate waarin de voorstellen bijdragen aan een duurzame economische groei en, waar mogelijk, aan de oplossing van maatschappelijke knelpunten in Nederland;
c. de mate waarin sprake is van samenhang en (internationale) samenwerking binnen het innovatiethema waarop het voorstel betrekking heeft;
d. de aanwezigheid van knelpunten die de betrokkenheid van de overheid voor de realisatie en uitvoering van het innovatieprogramma noodzakelijk maken;
e. de effectiviteit en de efficiëntie van de betrokkenheid van de overheid bij de realisatie en uitvoering van het innovatieprogramma;
f. de mate van vertrouwen in de voorgestelde aanpak.
3. De commissie beoordeelt de kwaliteit, ambitie en uitvoerbaarheid van een innovatieprogramma in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende visie en strategische agenda.
4. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.