BWBR0020133
Geldig vanaf 2006-08-09
Artikel 4
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Duinwaterbedrijf Zuid-Holland 2006
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993.
Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als duinwachter gebruik maken van handboeien, een wapenstok en pepperspray.
Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als duinwachter gebruik maken van handboeien, een wapenstok en pepperspray.