BWBR0020126
Geldig vanaf 2006-07-26
Artikel 10
Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Libanon
1. De lasten van deze regeling voor de SVB worden gefinancierd uit een subsidie in de vorm van een rijksbijdrage aan de SVB.
2. De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van een raming van de Minister ter beschikking gesteld aan de SVB via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die de SVB op grond van artikel 120, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenaanhoudt.
3. Op de lasten van deze regeling voor de SVB komt in mindering de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen , die wordt teruggevorderd op grond van artikel 9.
4. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenen artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenzijn van overeenkomstige toepassing.
5. De SVB zendt uiterlijk vóór 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft op basis van de jaarrekening over dat jaar een overzicht van zijn uitgaven op grond van deze regeling ten laste van de rijksbijdrage.
6. De Minister stelt vóór 31 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de rijksbijdrage vast.
2. De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van een raming van de Minister ter beschikking gesteld aan de SVB via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die de SVB op grond van artikel 120, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenaanhoudt.
3. Op de lasten van deze regeling voor de SVB komt in mindering de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen , die wordt teruggevorderd op grond van artikel 9.
4. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenen artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenzijn van overeenkomstige toepassing.
5. De SVB zendt uiterlijk vóór 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft op basis van de jaarrekening over dat jaar een overzicht van zijn uitgaven op grond van deze regeling ten laste van de rijksbijdrage.
6. De Minister stelt vóór 31 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de rijksbijdrage vast.