BWBR0020104
Geldig vanaf 2006-07-30
Artikel 13
Regeling beoordeling reinigbaarheid grond
1. Ten aanzien van grond die voldoet aan de eisen vermeld in artikel 9, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van de artikelen 1, eerste lid, onderdelen 17, onder a en b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffenaan:
a. alle reinigingstechnieken met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, eerste of tweede lid, en
b. of de partij grond geïmmobiliseerd kan worden als bedoeld in artikel 9, derde lid.
2. Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffenalle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11.
3. Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffenaan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12.
4. Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.
a. alle reinigingstechnieken met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, eerste of tweede lid, en
b. of de partij grond geïmmobiliseerd kan worden als bedoeld in artikel 9, derde lid.
2. Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffenalle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11.
3. Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffenaan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12.
4. Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.