BWBR0020043
Geldig vanaf 2009-12-22
Artikel 34e
Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, 3, tweede lid, van verordening nr. 620/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 620/2010, 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.
4. De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 620/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 620/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001 in bij de minister.
5. De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 620/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 620/2010, 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.
4. De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 620/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 620/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001 in bij de minister.
5. De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 620/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.