BWBR0020036
Geldig vanaf 2006-07-04
Artikel 11
Reglement politieregister bijzondere meldingen
1. Een geregistreerde kan de registerbeheerder ingevolge artikel 20 van de Wpolrverzoeken hem mede te delen:
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris, postbus 100, 3970 AC Driebergen. Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 (viereneenhalve Euro) op rekening nr. 1923.25.523 ten name van het Korps landelijke politiediensten onder vermelding van ‘privacyverzoek’.
3. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
7. De functioneel registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
8. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak of wanneer een gewichtig belang van een derde dan wel het belang van opsporingsonderzoek daartoe noodzaakt.
9. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris, postbus 100, 3970 AC Driebergen. Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 (viereneenhalve Euro) op rekening nr. 1923.25.523 ten name van het Korps landelijke politiediensten onder vermelding van ‘privacyverzoek’.
3. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
7. De functioneel registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
8. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak of wanneer een gewichtig belang van een derde dan wel het belang van opsporingsonderzoek daartoe noodzaakt.
9. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.