BWBR0020020
Geldig vanaf 2006-11-02
Artikel VI
Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (invoering bromfietsrijbewijs)
1. Bromfietscertificaten die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, zijn afgegeven op grond van artikel 135 van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, zijn afgegeven op grond van de artikelen IV, V, eerste of derde lidof Va, derde lid, behouden hun geldigheid voor het besturen van bromfietsen tot maximaal drie jaren na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, dan wel tot het moment waarop aan de houder na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, een rijbewijs is afgegeven dat ook geldig is voor het besturen van bromfietsen.
2. Ten aanzien van houders van bromfietscertificaten als bedoeld in het eerste lid, is artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994niet van toepassing.
3. Ten aanzien van houders van bromfietscertificaten als bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 8, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, en 175, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994zoals dat gold voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van toepassing.
4. Tot maximaal drie jaren na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, wordt aan houders van de in het eerste lid bedoelde bromfietscertificaten op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief tegen afgifte van het bromfietscertificaat overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor het besturen van bromfietsen, indien wordt voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
5. Houders van rijbewijzen die geldig zijn voor het besturen van motorrijtuigen niet zijnde bromfietsen, houden de bevoegdheid tot het besturen van bromfietsen tot maximaal tien jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, dan wel tot het moment waarop aan de houder na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, een rijbewijs is afgegeven dat ook geldig is voor het besturen van bromfietsen.
6. Het in het vierde lid bedoelde tarief wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
7. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
2. Ten aanzien van houders van bromfietscertificaten als bedoeld in het eerste lid, is artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994niet van toepassing.
3. Ten aanzien van houders van bromfietscertificaten als bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 8, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, en 175, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994zoals dat gold voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van toepassing.
4. Tot maximaal drie jaren na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, wordt aan houders van de in het eerste lid bedoelde bromfietscertificaten op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief tegen afgifte van het bromfietscertificaat overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor het besturen van bromfietsen, indien wordt voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
5. Houders van rijbewijzen die geldig zijn voor het besturen van motorrijtuigen niet zijnde bromfietsen, houden de bevoegdheid tot het besturen van bromfietsen tot maximaal tien jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, dan wel tot het moment waarop aan de houder na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, een rijbewijs is afgegeven dat ook geldig is voor het besturen van bromfietsen.
6. Het in het vierde lid bedoelde tarief wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
7. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.