BWBR0019992
Geldig vanaf 2006-07-02
Artikel 11
Tijdelijke subsidieregeling ombouw ETCS
1. De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na voltooiing van de ombouw een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van het desbetreffende formulier dat verkrijgbaar is bij SenterNovem.
2. De aanvraag voor subsidievaststelling, bedoeld in het eerste lid, heeft tevens betrekking op de subsidie die is verleend op grond van de Subsidieregeling prototype ETCS, indien de subsidieontvanger:
a. tevens subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling prototype ETCS; en
b. op grond van deze regeling ook subsidie is verleend voor de kosten van prototyping.
3. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de ombouw;
b. een financieel eindverslag, waarin de kosten worden gespecificeerd, voorzien van een goedkeurende verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
c. een lijst met identificatienummers van de locomotieven die omgebouwd zijn; en
d. andere gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
4. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, worden overeenkomstig de vereisten in het aanvraagformulier vermeld.
2. De aanvraag voor subsidievaststelling, bedoeld in het eerste lid, heeft tevens betrekking op de subsidie die is verleend op grond van de Subsidieregeling prototype ETCS, indien de subsidieontvanger:
a. tevens subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling prototype ETCS; en
b. op grond van deze regeling ook subsidie is verleend voor de kosten van prototyping.
3. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de ombouw;
b. een financieel eindverslag, waarin de kosten worden gespecificeerd, voorzien van een goedkeurende verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
c. een lijst met identificatienummers van de locomotieven die omgebouwd zijn; en
d. andere gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
4. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, worden overeenkomstig de vereisten in het aanvraagformulier vermeld.