BWBR0019957
Geldig vanaf 03-08-2006
Artikel 2
Beleidsregels Wsw
1. CWI hanteert bij de bepaling van de geldigheidsduur van de indicatie en de herindicatie de uitgangspunten zoals neergelegd in dit artikel.
2. De geldigheidsduur van de indicatie is 2 jaar.
3. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op 2 jaar indien:
a. de aanvrager in de voorgaande indicatietermijn geen dienstverband in de sociale werkvoorziening had, of
b. de aanvrager naar het oordeel van CWI, zeer waarschijnlijk binnen twee jaar geheel of gedeeltelijk kan doorstromen naar andere voorzieningen dan de sociale werkvoorziening, of
c. er bij de aanvrager met een dienstverband in het kader van de Wsw sprake is van langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid.
4. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op 5 jaar indien:
a. de situatie niet is gewijzigd sinds de vorige (her)indicatie, én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen van dien aard zijn dat zij zeer waarschijnlijk binnen de komende vijf jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
5. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op langer dan 5 jaar doch ten hoogste 10 jaar indien:
a. de voorgaande indicatietermijn een duur kende van vijf jaar of langer, én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen beslist structureel van aard zijn en zeer waarschijnlijk binnen de komende tien jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
6. De (her) indicatie eindigt bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd van de aanvrager.
7. CWI kan in bijzondere gevallen afwijken van de in dit artikel genoemde uitgangspunten voor de geldigheidsduur van de (her)indicatie, met dien verstande dat de geldigheidsduur van de indicatie nooit meer dan 2 jaar, en die van de herindicatie nooit meer dan 10 jaar zal bedragen.
2. De geldigheidsduur van de indicatie is 2 jaar.
3. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op 2 jaar indien:
a. de aanvrager in de voorgaande indicatietermijn geen dienstverband in de sociale werkvoorziening had, of
b. de aanvrager naar het oordeel van CWI, zeer waarschijnlijk binnen twee jaar geheel of gedeeltelijk kan doorstromen naar andere voorzieningen dan de sociale werkvoorziening, of
c. er bij de aanvrager met een dienstverband in het kader van de Wsw sprake is van langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid.
4. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op 5 jaar indien:
a. de situatie niet is gewijzigd sinds de vorige (her)indicatie, én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen van dien aard zijn dat zij zeer waarschijnlijk binnen de komende vijf jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
5. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op langer dan 5 jaar doch ten hoogste 10 jaar indien:
a. de voorgaande indicatietermijn een duur kende van vijf jaar of langer, én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen beslist structureel van aard zijn en zeer waarschijnlijk binnen de komende tien jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
6. De (her) indicatie eindigt bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd van de aanvrager.
7. CWI kan in bijzondere gevallen afwijken van de in dit artikel genoemde uitgangspunten voor de geldigheidsduur van de (her)indicatie, met dien verstande dat de geldigheidsduur van de indicatie nooit meer dan 2 jaar, en die van de herindicatie nooit meer dan 10 jaar zal bedragen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019957
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl