BWBR0019921
Geldig vanaf 2006-07-01
Artikel 2
Besluit instelling Bezwaaradviescommissie Korps landelijke politiediensten
1. De commissie adviseert het bevoegd gezag tot het nemen van een beslissing op bezwaar in geval het primaire besluit genomen is:
a. door de minister voornoemd in de hoedanigheid van beheerder van het Korps landelijke politiediensten als bedoeld in artikel 38, derde lid van de Politiewet 1993, of in mandaat door de gemandateerde beheerder;
b. in mandaat door de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
2. De commissie adviseert de korpschef van het Korps landelijke politiediensten over de door hem in mandaat te nemen beslissingen op bezwaar, indien het primaire besluit betreft:
a. ontslag, waaronder het niet verlengen van een tijdelijke aanstelling en ook de weigering terug te komen op een verleend ontslag als gevolg van een door de ambtenaar ingediend ontslagverzoek;
b. het aan de ambtenaar opdragen van een andere functie (betrekking) anders dan op eigen verzoek, voorzover het Reorganisatiestatuut Korps landelijke politiediensten niet van toepassing is;
c. een beoordeling;
d. terugvordering van een bedrag van meer dan € 5.000,– bruto.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste en tweede lid kan de korpschef van het Korps landelijke politiediensten besluiten een bezwaar op personeelsgebied aan de commissie voor advies voor te leggen.
a. door de minister voornoemd in de hoedanigheid van beheerder van het Korps landelijke politiediensten als bedoeld in artikel 38, derde lid van de Politiewet 1993, of in mandaat door de gemandateerde beheerder;
b. in mandaat door de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
2. De commissie adviseert de korpschef van het Korps landelijke politiediensten over de door hem in mandaat te nemen beslissingen op bezwaar, indien het primaire besluit betreft:
a. ontslag, waaronder het niet verlengen van een tijdelijke aanstelling en ook de weigering terug te komen op een verleend ontslag als gevolg van een door de ambtenaar ingediend ontslagverzoek;
b. het aan de ambtenaar opdragen van een andere functie (betrekking) anders dan op eigen verzoek, voorzover het Reorganisatiestatuut Korps landelijke politiediensten niet van toepassing is;
c. een beoordeling;
d. terugvordering van een bedrag van meer dan € 5.000,– bruto.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste en tweede lid kan de korpschef van het Korps landelijke politiediensten besluiten een bezwaar op personeelsgebied aan de commissie voor advies voor te leggen.