BWBR0019851
Geldig vanaf 2006-06-10
Artikel 7
Reglement register zware criminaliteit SIOD
1. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 5, onder a tot en met b, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun ras voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
2. In aanvulling op de op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent in artikel 5, onder a tot en met b, opgenomen categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 5, onder a tot en met b, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
4. In aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde categorie van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras, levensgedrag, medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven de motieven van de informant betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
5. Bij de opneming van een gegeven als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid wordt tevens een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid van het gegeven opgenomen. De registerbeheerder wijst bij besluit de twee ambtenaren aan als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het instellingsbesluitdie belast zijn met deze aanduiding. Deze functionarissen behoren tot de groep van vaste gebruikers van het register.
6. Onverminderd het bepaalde in artikel 13a, derde lid, van de wetkan een gegeven, met toestemming van de registerbeheerder,worden voorzien van een aanduiding ‘embargo’. Een dergelijke aanduiding vindt slechts toepassing indien dit noodzakelijk is met het oog op de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet.
7. Indien een gegeven slechts kon worden verkregen onder voorwaarde dat dit alleen voor een bepaald doel zou worden gebruikt, wordt van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening gehouden in het register, met een verwijzing naar het proces-verbaal waaruit de voorwaarde blijkt.
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
2. In aanvulling op de op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent in artikel 5, onder a tot en met b, opgenomen categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 5, onder a tot en met b, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
4. In aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde categorie van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras, levensgedrag, medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven de motieven van de informant betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
5. Bij de opneming van een gegeven als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid wordt tevens een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid van het gegeven opgenomen. De registerbeheerder wijst bij besluit de twee ambtenaren aan als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het instellingsbesluitdie belast zijn met deze aanduiding. Deze functionarissen behoren tot de groep van vaste gebruikers van het register.
6. Onverminderd het bepaalde in artikel 13a, derde lid, van de wetkan een gegeven, met toestemming van de registerbeheerder,worden voorzien van een aanduiding ‘embargo’. Een dergelijke aanduiding vindt slechts toepassing indien dit noodzakelijk is met het oog op de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet.
7. Indien een gegeven slechts kon worden verkregen onder voorwaarde dat dit alleen voor een bepaald doel zou worden gebruikt, wordt van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening gehouden in het register, met een verwijzing naar het proces-verbaal waaruit de voorwaarde blijkt.