BWBR0019850
Geldig vanaf 2006-06-10
Artikel 6
Reglement register zware criminaliteit Belastingdienst/FIOD-ECD
1. Omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), aliassen, volledig adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële- en bedrijfsgegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over verplaatsingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. persoonsafbeeldingen;
s. mededelingen van gegevensverstrekking buiten de criminele inlichtingen eenheid;
t. gegevens over de periode en de plaats waar de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Omtrent de personen, genoemd in artikel 5, onder c, dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), adres, geboorteplaats en -datum geslacht;
b. financiële gegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over opleiding en uitgeoefende beroepen;
g. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;
h. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
i. gegevens over de bewegingen;
j. gegevens over de communicatiemiddelen;
k. gegevens over de vervoermiddelen;
l. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
m. persoonsafbeeldingen;
n. mededelingen van gegevensverstrekkingen buiten de criminele inlichtingen eenheid.
3. Wanneer de in het tweede lid bedoelde categorie van personen een CIE-informant betreft, dan worden ten hoogste het informantennummer en de informantencode opgenomen.
4. Met betrekking tot opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 5, onder d, kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam, voorletters c.q. initialen;
b. organisatieaanduiding, rang, functie en administratieve aanduiding;
c. gegevens noodzakelijk voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens;
d. vermelding ambtseed of -belofte.
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), aliassen, volledig adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële- en bedrijfsgegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over verplaatsingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. persoonsafbeeldingen;
s. mededelingen van gegevensverstrekking buiten de criminele inlichtingen eenheid;
t. gegevens over de periode en de plaats waar de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Omtrent de personen, genoemd in artikel 5, onder c, dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), adres, geboorteplaats en -datum geslacht;
b. financiële gegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over opleiding en uitgeoefende beroepen;
g. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;
h. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
i. gegevens over de bewegingen;
j. gegevens over de communicatiemiddelen;
k. gegevens over de vervoermiddelen;
l. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
m. persoonsafbeeldingen;
n. mededelingen van gegevensverstrekkingen buiten de criminele inlichtingen eenheid.
3. Wanneer de in het tweede lid bedoelde categorie van personen een CIE-informant betreft, dan worden ten hoogste het informantennummer en de informantencode opgenomen.
4. Met betrekking tot opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 5, onder d, kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam, voorletters c.q. initialen;
b. organisatieaanduiding, rang, functie en administratieve aanduiding;
c. gegevens noodzakelijk voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens;
d. vermelding ambtseed of -belofte.