BWBR0019845
Geldig vanaf 2006-06-09
Artikel 12
Reglement voorlopig register AID
1. Een ieder kan de registerbeheerder ingevolge artikel 20 van de Wetverzoeken hem mede te delen:
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Aan het verzoek kan slechts worden voldaan voor zover daaruit geen onevenredige schade kan voortvloeien, hetzij voor het doel van het register, hetzij voor een ander onderdeel van de opsporingstaak van de AID, hetzij in verband met gewichtige belangen van derden. De registerbeheerder wint voer deze afweging advies in van het hoofd van de criminele inlichtingen eenheid en van de betrokken CIE-officier.
3. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, Postbus 234, 6460 AE Kerkrade. Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 op rekening 192326414 van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade onder vermelding van ‘privacyverzoek’.
4. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
6. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
7. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken, nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
8. De registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris verlangt dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
9. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wetdan wel indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken.
10. Het negende lid is niet van toepassing op antecedenten of op persoonsgegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen.
11. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Aan het verzoek kan slechts worden voldaan voor zover daaruit geen onevenredige schade kan voortvloeien, hetzij voor het doel van het register, hetzij voor een ander onderdeel van de opsporingstaak van de AID, hetzij in verband met gewichtige belangen van derden. De registerbeheerder wint voer deze afweging advies in van het hoofd van de criminele inlichtingen eenheid en van de betrokken CIE-officier.
3. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, Postbus 234, 6460 AE Kerkrade. Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 op rekening 192326414 van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade onder vermelding van ‘privacyverzoek’.
4. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
6. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
7. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken, nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
8. De registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris verlangt dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
9. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wetdan wel indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken.
10. Het negende lid is niet van toepassing op antecedenten of op persoonsgegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen.
11. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.