BWBR0019842
Geldig vanaf 2006-05-11
Artikel 5i
Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 2006
1. Het is verboden mest van varkens buiten het gebied te brengen.
2. Het is verboden mest van varkens aan te wenden in het gebied.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing indien de mest direct in de grond wordt geïnjecteerd.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op mest van varkens afkomstig van een varkenshouderij waar varkens worden gehouden indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt naar een bedrijf binnen Nederland, niet zijnde een varkenshouderij;
b. een dierenarts de varkens op het bedrijf van waar de mest buiten het gebied gebracht wordt ten hoogste tien dagen voor vervoer van de mest serologisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 4 en ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;
c. de dierenarts de varkenshouder een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;
d. het vervoermiddel waarmee de mest wordt vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol dat is gepubliceerd op www.vwa.nl, en
e. de mest tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaat van een kopie van de in onderdeel c bedoelde verklaring, alsmede van de laboratoriumuitslag van het in onderdeel b bedoelde serologische onderzoek.
2. Het is verboden mest van varkens aan te wenden in het gebied.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing indien de mest direct in de grond wordt geïnjecteerd.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op mest van varkens afkomstig van een varkenshouderij waar varkens worden gehouden indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt naar een bedrijf binnen Nederland, niet zijnde een varkenshouderij;
b. een dierenarts de varkens op het bedrijf van waar de mest buiten het gebied gebracht wordt ten hoogste tien dagen voor vervoer van de mest serologisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 4 en ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;
c. de dierenarts de varkenshouder een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;
d. het vervoermiddel waarmee de mest wordt vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol dat is gepubliceerd op www.vwa.nl, en
e. de mest tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaat van een kopie van de in onderdeel c bedoelde verklaring, alsmede van de laboratoriumuitslag van het in onderdeel b bedoelde serologische onderzoek.