BWBR0019824
Geldig vanaf 2006-05-19
Artikel 3
Regeling inburgering oudkomers G30 2006
1. De Minister beoordeelt alle door de gemeenten ingediende prognoses gezamenlijk en stelt de factor T als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, van de Uitvoeringsregelingvast aan de hand van de formule T = S x 2.
2. De hoogte van de factor S wordt per gemeente met inachtneming van de ingediende prognose als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose overeenkomt met het aantal oudkomers als genoemd in de vierde kolom van bijlage 1, is de factor S het in de vierde kolom genoemde getal;
b. indien de prognose lager is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S dienovereenkomstig verlaagd;
c. indien de prognose hoger is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S: 1°. in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd;
2°. in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.
1°. in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd;
2°. in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.
3. De hoogte van de factor S wordt binnen acht weken na inwerkingtreding van deze regeling vastgesteld en aan het college bekend gemaakt.
2. De hoogte van de factor S wordt per gemeente met inachtneming van de ingediende prognose als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose overeenkomt met het aantal oudkomers als genoemd in de vierde kolom van bijlage 1, is de factor S het in de vierde kolom genoemde getal;
b. indien de prognose lager is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S dienovereenkomstig verlaagd;
c. indien de prognose hoger is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S: 1°. in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd;
2°. in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.
1°. in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd;
2°. in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.
3. De hoogte van de factor S wordt binnen acht weken na inwerkingtreding van deze regeling vastgesteld en aan het college bekend gemaakt.