1. Een bemanningslid als bedoeld in
artikel 4 van de Regeling vergunning tot vluchtuitvoeringdat niet voldoet aan de in dat artikel bedoelde eisen, kan in afwijking van deze eisen worden goedgekeurd, indien:
a. het bemanningslid op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aantoonbaar een in artikel 4 van de genoemde regeling bedoelde functie uitoefende; en
b. het afwijken van de eisen niet afdoet aan het op een veilige wijze verrichten van luchtvervoer.
2. Een geautoriseerde medische instantie respectievelijk geneeskundige als bedoeld in
artikel 2respectievelijk
artikel 5 van de Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaartkan in een in het eerste lid bedoeld geval vervangende eisen stellen om te waarborgen dat het luchtvervoer op een veilige wijze wordt verricht.