BWBR0019764
Geldig vanaf 2006-09-13
Artikel 5
Regeling Commissie van Toezicht Terugkeer
Voor benoeming als lid komen niet in aanmerking:
1. Ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de Minister van Justitie, de Minister van Defensie of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving;
2. Ambtenaren of andere personen werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Politie of de Terugkeerorganisatie (i.o.);
3. Ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de Minister van Justitie, de Minister van Defensie of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;
4. Personen tegen wie, in verband met het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden, bezwaren bestaan.
1. Ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de Minister van Justitie, de Minister van Defensie of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving;
2. Ambtenaren of andere personen werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Politie of de Terugkeerorganisatie (i.o.);
3. Ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de Minister van Justitie, de Minister van Defensie of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;
4. Personen tegen wie, in verband met het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden, bezwaren bestaan.