BWBR0019758
Geldig vanaf 2006-04-22
Artikel 8
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Sociale Verzekeringen 2006
Aan de hoofden van de afdelingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft: 1º. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
2º. het houden van manager-medewerkergesprekken;
3º. verlof van medewerkers;
4º. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Sociale Verzekeringen;
1º. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
2º. het houden van manager-medewerkergesprekken;
3º. verlof van medewerkers;
4º. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Sociale Verzekeringen;
b. het paraferen van stukken, niet zijnde SV-voortouw-stukken, met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur Sociale Verzekeringen afgedaan moeten worden.
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft: 1º. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
2º. het houden van manager-medewerkergesprekken;
3º. verlof van medewerkers;
4º. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Sociale Verzekeringen;
1º. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
2º. het houden van manager-medewerkergesprekken;
3º. verlof van medewerkers;
4º. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Sociale Verzekeringen;
b. het paraferen van stukken, niet zijnde SV-voortouw-stukken, met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur Sociale Verzekeringen afgedaan moeten worden.