BWBR0019721
Geldig vanaf 2009-10-27
Artikel 3
Regeling luchtvaartheffingen
1. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig stelt ter bepaling van de geluidsheffing op basis van de configuratie per luchtvaartuig waarmee hij op een luchthaven landt, uiterlijk één maand voor uitvoering van de vlucht, alle gegevens met betrekking tot dat luchtvaartuig en de van toepassing zijnde configuratie, ter beschikking aan de functionaris.
2. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig stelt ter bepaling van de geluidsheffing op basis van de configuratie voor het komende zomer of winterseizoen per luchtvaartuig waarmee hij voornemens is op een luchthaven te landen, uiterlijk één maand voor uitvoering van de vlucht, alle gegevens met betrekking tot dat luchtvaartuig en de voor het eerstvolgende seizoen van toepassing zijnde configuratie, ter beschikking aan de functionaris.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens bevatten van het luchtvaartuig in ieder geval:
a. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk;
b. het serienummer;
c. de fabrikant, het type en het model;
d. het motortype;
e. de maximale toegelaten startmassa uitgedrukt in kilogram (kg);
f. de geluidswaarden uitgedrukt in Effective perceived noice in decibels (EPNdB).
4. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig toont de juistheid van de benodigde gegevens aan door het verstrekken van fotokopieën van het geluidscertificaat van het luchtvaartuig en indien van toepassing fotokopieën van het geluidstype certificaat, inclusief alle bijlagen van beide certificaten. Indien het niet mogelijk is een geluidscertificaat te verstrekken, of indien niet alle benodigde informatie op het geluidscertificaat is vermeld, dan verstrekt de eigenaar of houder van het luchtvaartuig fotokopieën van de relevante pagina’s van het vlieghandboek.
5. Het geluidscertificaat, bedoeld in het vierde lid, is het afgegeven geluidscertificaat EASA Form 45.
6. Indien de eigenaar of houder van een luchtvaartuig niet binnen de in het eerste of tweede lid genoemde termijn de in het derde lid bedoelde gegevens ter beschikking heeft gesteld, wordt de geluidsheffing vastgesteld op basis van de maximale geluidsproductie van het desbetreffende vliegtuigtype.
2. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig stelt ter bepaling van de geluidsheffing op basis van de configuratie voor het komende zomer of winterseizoen per luchtvaartuig waarmee hij voornemens is op een luchthaven te landen, uiterlijk één maand voor uitvoering van de vlucht, alle gegevens met betrekking tot dat luchtvaartuig en de voor het eerstvolgende seizoen van toepassing zijnde configuratie, ter beschikking aan de functionaris.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens bevatten van het luchtvaartuig in ieder geval:
a. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk;
b. het serienummer;
c. de fabrikant, het type en het model;
d. het motortype;
e. de maximale toegelaten startmassa uitgedrukt in kilogram (kg);
f. de geluidswaarden uitgedrukt in Effective perceived noice in decibels (EPNdB).
4. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig toont de juistheid van de benodigde gegevens aan door het verstrekken van fotokopieën van het geluidscertificaat van het luchtvaartuig en indien van toepassing fotokopieën van het geluidstype certificaat, inclusief alle bijlagen van beide certificaten. Indien het niet mogelijk is een geluidscertificaat te verstrekken, of indien niet alle benodigde informatie op het geluidscertificaat is vermeld, dan verstrekt de eigenaar of houder van het luchtvaartuig fotokopieën van de relevante pagina’s van het vlieghandboek.
5. Het geluidscertificaat, bedoeld in het vierde lid, is het afgegeven geluidscertificaat EASA Form 45.
6. Indien de eigenaar of houder van een luchtvaartuig niet binnen de in het eerste of tweede lid genoemde termijn de in het derde lid bedoelde gegevens ter beschikking heeft gesteld, wordt de geluidsheffing vastgesteld op basis van de maximale geluidsproductie van het desbetreffende vliegtuigtype.