BWBR0019707
Geldig vanaf 2006-04-09
Artikel 6
Instellingsbesluit College en Forum Standaardisatie
1. Het college bestaat uit:
a. een voorzitter;
b. twee leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door: – de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door het IG-beraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter wordt door de Minister van Economische Zaken in overleg met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar. Bij verhindering dragen de leden zelf zorg voor een doelmatige vervanging.
a. een voorzitter;
b. twee leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door: – de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door het IG-beraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter wordt door de Minister van Economische Zaken in overleg met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar. Bij verhindering dragen de leden zelf zorg voor een doelmatige vervanging.