BWBR0019692
Geldig vanaf 2006-03-30
Artikel 3
Subsidieregeling voor motorrijtuigen met een emissiearme dieselmotor en recht op teruggaaf BPM
1. Subsidie kan worden verstrekt aan de eerste kentekenhouder van een motorrijtuig, aan wie voor dat motorrijtuig teruggaaf van belasting is verleend, als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, 15a, eerste lid, of 16, eerste lid, van de wetof aan wie voor dat motorrijtuig vrijstelling van belasting is verleend, als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de wet, indien het motorrijtuig beschikt over een emissiearme dieselmotor en het kenteken van het motorrijtuig na de inwerkingtreding van deze subsidieregeling en voor 1 oktober 2011 te naam is gesteld.
2. De aanwezigheid van een emissiearme dieselmotor als bedoeld in het eerste lid blijkt uit de voor het motorrijtuig verleende typegoedkeuring als bedoeld in artikel 22 van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel uit een voor het motorrijtuig verleende individuele goedkeuring als bedoeld in artikel 26 van de Wegenverkeerswet 1994.
3. Bij de in het tweede lid bedoelde individuele keuring van het motorrijtuig wordt het goedkeuringsformulier, bedoeld in bijlage X behorende bij richtlijn nr. 70/220/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 76), overgelegd. Uit dit goedkeuringsformulier dient te blijken wat de gemeten emissie van deeltjes is.
4. Indien uit het goedkeuringsformulier, bedoeld in het derde lid, niet blijkt wat de gemeten emissie van deeltjes is, kan het aantonen daarvan geschieden door overlegging van het bij het goedkeuringsformulier behorende testrapport. Het testrapportnummer komt overeen met het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsformulier.
2. De aanwezigheid van een emissiearme dieselmotor als bedoeld in het eerste lid blijkt uit de voor het motorrijtuig verleende typegoedkeuring als bedoeld in artikel 22 van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel uit een voor het motorrijtuig verleende individuele goedkeuring als bedoeld in artikel 26 van de Wegenverkeerswet 1994.
3. Bij de in het tweede lid bedoelde individuele keuring van het motorrijtuig wordt het goedkeuringsformulier, bedoeld in bijlage X behorende bij richtlijn nr. 70/220/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 76), overgelegd. Uit dit goedkeuringsformulier dient te blijken wat de gemeten emissie van deeltjes is.
4. Indien uit het goedkeuringsformulier, bedoeld in het derde lid, niet blijkt wat de gemeten emissie van deeltjes is, kan het aantonen daarvan geschieden door overlegging van het bij het goedkeuringsformulier behorende testrapport. Het testrapportnummer komt overeen met het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsformulier.