BWBR0019613
Geldig vanaf 2006-03-12
Artikel 23
Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010
1. Het technocentrum stelt jaarlijks, als onderdeel van het jaarverslag, een jaarrekening vast waarin voor de basissubsidie over het afgelopen boekjaar verantwoording wordt afgelegd. Voor de speerpuntsubsidie wordt na afloop van het speerpuntproject in een aparte bijlage bij de jaarrekening verantwoording afgelegd over het gehele project. Hiervoor kan de Minister aanvullende richtlijnen geven.
2. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidie. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het technocentrum aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan de Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant.
4. De voorschriften van de Regeling Financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang van het verslagjaar 2002 zijn van toepassing op de jaarrekening van het technocentrum.
5. De accountant die door de Minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening wordt met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang verleend tot ieder technocentrum. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage gegeven in de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
6. Het eventueel niet bestede deel van de basissubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar opgenomen in de jaarrekening als ‘bestemmingsreserve/publiek’ onder de post eigen vermogen. Ook de eventuele tekorten worden in deze post verwerkt. Het nog niet bestede deel van de speerpuntsubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar in de jaarrekening opgenomen onder de post ‘overlopende passiva’.
7. Bij beëindiging van de subsidie van het technocentrum, dan wel aan het einde van de subsidieperiode, worden de onder artikel 23, zesde lid, bedoelde overschotten terugbetaald aan de Minister.
8. De Minister stelt regels vast voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de jaarrekening en de administratie van het technocentrum. De controle richt zich op de rechtmatigheid van de verkrijging en van de besteding van de subsidie.
2. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidie. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het technocentrum aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan de Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant.
4. De voorschriften van de Regeling Financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang van het verslagjaar 2002 zijn van toepassing op de jaarrekening van het technocentrum.
5. De accountant die door de Minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening wordt met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang verleend tot ieder technocentrum. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage gegeven in de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
6. Het eventueel niet bestede deel van de basissubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar opgenomen in de jaarrekening als ‘bestemmingsreserve/publiek’ onder de post eigen vermogen. Ook de eventuele tekorten worden in deze post verwerkt. Het nog niet bestede deel van de speerpuntsubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar in de jaarrekening opgenomen onder de post ‘overlopende passiva’.
7. Bij beëindiging van de subsidie van het technocentrum, dan wel aan het einde van de subsidieperiode, worden de onder artikel 23, zesde lid, bedoelde overschotten terugbetaald aan de Minister.
8. De Minister stelt regels vast voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de jaarrekening en de administratie van het technocentrum. De controle richt zich op de rechtmatigheid van de verkrijging en van de besteding van de subsidie.