BWBR0019604
Geldig vanaf 2006-05-01
Artikel 3
Bijdragebeschikking Professionaliseringsfonds Burgemeesters 2006–2007 Nederlands Genootschap van Burgemeesters
1. De verantwoordelijkheid voor het beheer van de bijdragen en voor de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 2, berust bij het bestuur van het NGB of bij een door het NGB bestuur aan te wijzen commissie bestaande uit leden van het NGB.
2. Het NGB draagt zorg voor het inrichten en het in stand houden van een uitvoeringsorganisatie die voldoende kwaliteit en continuïteit kent om de noodzakelijke activiteiten in opdracht van het NGB bestuur, dan wel de commissie, uit te voeren.
3. Voor zover het NGB, naast activiteiten behorende tot de doelstelling van deze bijdragebeschikking, andere activiteiten verricht zullen deze activiteiten in de financiële administratie gescheiden zijn.
4. Het administratieve beheersregime is zodanig ingericht, dat verantwoording kan worden afgelegd van de kasmatige uitgaven en de (juridische) verplichtingen.
5. Alle werkzaamheden en activiteiten die voortvloeien uit artikel 2worden in een gespecificeerde, gescheiden administratie vastgelegd.
6. Op het adres van de administratie worden bewijsstukken van alle inkomsten en uitgaven voor minstens zeven jaar bewaard.
7. Vóór 1 oktober 2006 wordt een begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar aangeboden aan de minister. Hierbij dient te worden uitgegaan van het totaal van de beschikbare middelen. De begroting geeft een overzicht van de verwachte kasuitgaven en ontvangsten in het begrotingsjaar.
8. Vóór 1 oktober 2006 en vóór 1 oktober 2007 wordt een financiële en beleidsinhoudelijke tussenrapportage aan de minister aangeboden. De tussenrapportage zal enerzijds een duidelijk beeld geven van de financiële stand van zaken betreffende uitgaven en openstaande verplichtingen en anderzijds een inzicht in het functioneren en de realisatie van de doelstellingen uit artikel 2.
9. Met het oog op de eindafrekening wordt verantwoording afgelegd over de besteding van het voorschot door middel van de in lid 8 genoemde financiële en beleidsinhoudelijke overzichten en een daarbij gevoegde accountantsverklaring over de gehele periode waarvoor deze beschikking geldt. De accountantsverklaring voldoet aan de eisen die de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt, in die zin dat deze verklaring ook een uitspraak doet over de rechtmatigheid van de aangegane verplichtingen, de uitgaven en ontvangsten en de naleving van deze beschikking. De eindafrekening en de daarbij gevoegde accountantsverklaring worden uiterlijk 1 april 2008 aan de minister aangeboden.
10. Het NGB werkt desgevraagd mee aan onderzoeken aangaande de financiële administratie welke worden verricht door of in opdracht van de minister.
11. Op eerste vordering wordt aan ambtenaren van de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties alle informatie die deze noodzakelijke achten verstrekt. Die ambtenaren kunnen voorts op eigen initiatief informatie inwinnen bij de door het bestuur benoemde registeraccountant.
12. De in artikel 1bedoelde voorschotten worden verstrekt onder de verplichting dat terugbetaling dient te geschieden indien blijkt dat de goedkeurende accountantsverklaring als bedoeld in artikel 3, lid 9, achterwege blijft of anderszins door het NGB niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
2. Het NGB draagt zorg voor het inrichten en het in stand houden van een uitvoeringsorganisatie die voldoende kwaliteit en continuïteit kent om de noodzakelijke activiteiten in opdracht van het NGB bestuur, dan wel de commissie, uit te voeren.
3. Voor zover het NGB, naast activiteiten behorende tot de doelstelling van deze bijdragebeschikking, andere activiteiten verricht zullen deze activiteiten in de financiële administratie gescheiden zijn.
4. Het administratieve beheersregime is zodanig ingericht, dat verantwoording kan worden afgelegd van de kasmatige uitgaven en de (juridische) verplichtingen.
5. Alle werkzaamheden en activiteiten die voortvloeien uit artikel 2worden in een gespecificeerde, gescheiden administratie vastgelegd.
6. Op het adres van de administratie worden bewijsstukken van alle inkomsten en uitgaven voor minstens zeven jaar bewaard.
7. Vóór 1 oktober 2006 wordt een begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar aangeboden aan de minister. Hierbij dient te worden uitgegaan van het totaal van de beschikbare middelen. De begroting geeft een overzicht van de verwachte kasuitgaven en ontvangsten in het begrotingsjaar.
8. Vóór 1 oktober 2006 en vóór 1 oktober 2007 wordt een financiële en beleidsinhoudelijke tussenrapportage aan de minister aangeboden. De tussenrapportage zal enerzijds een duidelijk beeld geven van de financiële stand van zaken betreffende uitgaven en openstaande verplichtingen en anderzijds een inzicht in het functioneren en de realisatie van de doelstellingen uit artikel 2.
9. Met het oog op de eindafrekening wordt verantwoording afgelegd over de besteding van het voorschot door middel van de in lid 8 genoemde financiële en beleidsinhoudelijke overzichten en een daarbij gevoegde accountantsverklaring over de gehele periode waarvoor deze beschikking geldt. De accountantsverklaring voldoet aan de eisen die de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt, in die zin dat deze verklaring ook een uitspraak doet over de rechtmatigheid van de aangegane verplichtingen, de uitgaven en ontvangsten en de naleving van deze beschikking. De eindafrekening en de daarbij gevoegde accountantsverklaring worden uiterlijk 1 april 2008 aan de minister aangeboden.
10. Het NGB werkt desgevraagd mee aan onderzoeken aangaande de financiële administratie welke worden verricht door of in opdracht van de minister.
11. Op eerste vordering wordt aan ambtenaren van de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties alle informatie die deze noodzakelijke achten verstrekt. Die ambtenaren kunnen voorts op eigen initiatief informatie inwinnen bij de door het bestuur benoemde registeraccountant.
12. De in artikel 1bedoelde voorschotten worden verstrekt onder de verplichting dat terugbetaling dient te geschieden indien blijkt dat de goedkeurende accountantsverklaring als bedoeld in artikel 3, lid 9, achterwege blijft of anderszins door het NGB niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan.