BWBR0019491
Geldig vanaf 2006-04-06
Artikel 6
Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009
1. De plafonds voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, bedragen voor het jaar 2006:
a. voor de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht gezamenlijk: € 35 miljoen;
b. voor de overige rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 20 miljoen, en
c. voor de niet-rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 10 miljoen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, kan Onze Minister, indien het ene budget, genoemd in een van die onderdelen, niet volledig wordt uitgeput, het resterende bedrag van dat budget toevoegen aan het andere daarin genoemde budget.
3. Indien voor de jaren 2007, 2008 en 2009 middelen voor het verlenen van subsidie op basis van dit besluit beschikbaar komen, worden de subsidieplafonds bij ministeriële regeling vastgesteld en bekendgemaakt.
4. De subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
a. voor de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht gezamenlijk: € 35 miljoen;
b. voor de overige rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 20 miljoen, en
c. voor de niet-rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 10 miljoen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, kan Onze Minister, indien het ene budget, genoemd in een van die onderdelen, niet volledig wordt uitgeput, het resterende bedrag van dat budget toevoegen aan het andere daarin genoemde budget.
3. Indien voor de jaren 2007, 2008 en 2009 middelen voor het verlenen van subsidie op basis van dit besluit beschikbaar komen, worden de subsidieplafonds bij ministeriële regeling vastgesteld en bekendgemaakt.
4. De subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.