BWBR0019484
Geldig vanaf 2006-02-05
Artikel 3
Tijdelijk instellingsbesluit Commissie eindtermen accountantsopleiding
1. De Commissie heeft ten hoogste acht leden waaronder de voorzitter.
2. De minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de Commissie. De leden zijn deskundig op het gebied van het accountantsberoep. De benoeming vindt plaats op persoonlijke titel en geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Bij de benoeming van de leden van de Commissie bepaalt de minister wie de voorzitter is. De leden van de Commissie zijn onbeperkt herbenoembaar.
3. Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.
4. Een lid van de Commissie vervult geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
5. In het bestuursreglement worden regels vastgesteld omtrent:
a. het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de Commissie; en
b. de wijze van openbaarmaking van nevenfuncties.
2. De minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de Commissie. De leden zijn deskundig op het gebied van het accountantsberoep. De benoeming vindt plaats op persoonlijke titel en geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Bij de benoeming van de leden van de Commissie bepaalt de minister wie de voorzitter is. De leden van de Commissie zijn onbeperkt herbenoembaar.
3. Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.
4. Een lid van de Commissie vervult geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
5. In het bestuursreglement worden regels vastgesteld omtrent:
a. het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de Commissie; en
b. de wijze van openbaarmaking van nevenfuncties.