BWBR0019473
Geldig vanaf 2006-01-29
Artikel 2
Tijdelijke vrijstellingsregeling derogatie 2006 Meststoffenwet
Ingeval 2006 het jaar van toepassing is van de in artikel 24, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwetbedoelde gebruiksnorm, is de landbouwer vrijgesteld van de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, eerste lid, en artikel 27, eerste lid, van die regeling, indien voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden:
a. de landbouwer stelt vóór 1 april 2006 een bemestingsplan voor het jaar 2006 op dat voldoet aan artikel 5, derde lid, van de beschikking;
b. in de periode van 1 februari 2002 tot 1 april 2006 zijn de waarde van de fosfaattoestand en de waarde van het stikstofleverende vermogen van de bodem van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond vastgesteld door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025; en
c. de landbouwer heeft vóór 1 februari 2006 schriftelijk opdracht gegeven tot de in onderdeel b bedoelde vaststelling en bewaart een schriftelijk bewijsstuk van deze opdracht als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
a. de landbouwer stelt vóór 1 april 2006 een bemestingsplan voor het jaar 2006 op dat voldoet aan artikel 5, derde lid, van de beschikking;
b. in de periode van 1 februari 2002 tot 1 april 2006 zijn de waarde van de fosfaattoestand en de waarde van het stikstofleverende vermogen van de bodem van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond vastgesteld door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025; en
c. de landbouwer heeft vóór 1 februari 2006 schriftelijk opdracht gegeven tot de in onderdeel b bedoelde vaststelling en bewaart een schriftelijk bewijsstuk van deze opdracht als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.