BWBR0019470
Geldig vanaf 2006-02-01
Artikel 3
Regeling verslaglegging Interimwet stad-en-milieubenadering
In het verslag bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de wetbesteden gedeputeerde staten aandacht aan de volgende elementen:
a. voor zover de provincie organisatorische of procedurele voorzieningen heeft getroffen om gemeenten te begeleiden, welke voorzieningen dat zijn;
b. de inhoudelijke criteria die de provincie hanteert bij de besluitvorming omtrent goedkeuring van stap 3-besluiten, en de wijze waarop die besluitvorming procedureel vorm is gegeven;
c. het functioneren en de effecten van de melding, bedoeld in artikel 11 van de wet;
d. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet dat in behandeling is genomen en een korte aanduiding van de strekking ervan;
e. de wijze waarop de koppeling tussen het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet, en het bestemmingsplan inhoudelijk vorm heeft gekregen;
f. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet waaraan de goedkeuring is verleend of onthouden;
g. het aantal beroepen dat is ingesteld tegen de besluiten omtrent goedkeuring van besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet en de resultaten daarvan;
h. de bijdrage van de wet aan de uitvoering van beleid voor het zuinig en doelmatig ruimtebruik en de leefomgevingskwaliteit in stedelijk en landelijk gebied;
i. de invloed van nieuwe ontwikkelingen op relevante beleidsterreinen op de toepassing van de wet.
a. voor zover de provincie organisatorische of procedurele voorzieningen heeft getroffen om gemeenten te begeleiden, welke voorzieningen dat zijn;
b. de inhoudelijke criteria die de provincie hanteert bij de besluitvorming omtrent goedkeuring van stap 3-besluiten, en de wijze waarop die besluitvorming procedureel vorm is gegeven;
c. het functioneren en de effecten van de melding, bedoeld in artikel 11 van de wet;
d. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet dat in behandeling is genomen en een korte aanduiding van de strekking ervan;
e. de wijze waarop de koppeling tussen het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet, en het bestemmingsplan inhoudelijk vorm heeft gekregen;
f. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet waaraan de goedkeuring is verleend of onthouden;
g. het aantal beroepen dat is ingesteld tegen de besluiten omtrent goedkeuring van besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet en de resultaten daarvan;
h. de bijdrage van de wet aan de uitvoering van beleid voor het zuinig en doelmatig ruimtebruik en de leefomgevingskwaliteit in stedelijk en landelijk gebied;
i. de invloed van nieuwe ontwikkelingen op relevante beleidsterreinen op de toepassing van de wet.