BWBR0019468
Geldig vanaf 2011-07-01
Artikel 63c
Wet toezicht accountantsorganisaties
1. De Autoriteit Financiële Markten kan, in afwijking van artikel 63a, eerste lid, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak die betrekking hebben op overtredingen door accountantsorganisaties van artikel 5, eerste lid, of 6, derde lid, van deze wet, verstrekken aan een Nederlandse instantie die is belast met de uitoefening van strafvorderlijke bevoegdheden of aan een deskundige die door een dergelijke instantie met een opdracht is belast, voor zover de verlangde gegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van die bevoegdheden of de uitvoering van die opdracht.
2. Indien de instantie, bedoeld in het eerste lid, het voornemen heeft toepassing te geven aan de bevoegdheid tot het bij de Autoriteit Financiële Markten vorderen van de uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp of aan de bevoegdheid tot het vorderen van de inzage of een afschrift van bescheiden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/96a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96a</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/105" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">105</a>of <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">126a van het Wetboek van Strafvordering</a>, of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18</a>of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 van de Wet op de economische delicten</a>, en de vordering betreft vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/2:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, stelt die instantie voorafgaand aan de uitoefening van haar bevoegdheid de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid haar zienswijze hierover kenbaar te maken.
2. Indien de instantie, bedoeld in het eerste lid, het voornemen heeft toepassing te geven aan de bevoegdheid tot het bij de Autoriteit Financiële Markten vorderen van de uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp of aan de bevoegdheid tot het vorderen van de inzage of een afschrift van bescheiden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/96a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96a</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/105" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">105</a>of <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">126a van het Wetboek van Strafvordering</a>, of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18</a>of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 van de Wet op de economische delicten</a>, en de vordering betreft vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/2:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, stelt die instantie voorafgaand aan de uitoefening van haar bevoegdheid de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid haar zienswijze hierover kenbaar te maken.