BWBR0019439
Geldig vanaf 2006-02-01
Artikel 2
Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten
1. Onze minister draagt er zorg voor dat eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie een lening kunnen verkrijgen ter financiering van de kosten van de instandhouding van het beschermd monument, met dien verstande dat:
a. de lening wordt verstrekt met als zekerheid het recht van hypotheek op het beschermd monument,
b. de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten zoals die door de Belastingdienst worden gehanteerd, als grondslag dienen voor het bepalen van de hoogte van de lening,
c. het maximumbedrag per lening en de voorwaarden waaronder de lening wordt verstrekt, worden bekendgemaakt in de Staatscourant,
d. voor een eigenaar die recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft, de lening maximaal 70% van de vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt, en
e. voor een eigenaar die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten kan genieten, de lening maximaal 100% van de voor de hoogte van de lening door de Belastingdienst fictief vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt.
2. Aangewezen organisaties voor monumentenbehoud en provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, komen niet in aanmerking voor een lening als bedoeld in het eerste lid.
a. de lening wordt verstrekt met als zekerheid het recht van hypotheek op het beschermd monument,
b. de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten zoals die door de Belastingdienst worden gehanteerd, als grondslag dienen voor het bepalen van de hoogte van de lening,
c. het maximumbedrag per lening en de voorwaarden waaronder de lening wordt verstrekt, worden bekendgemaakt in de Staatscourant,
d. voor een eigenaar die recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft, de lening maximaal 70% van de vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt, en
e. voor een eigenaar die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten kan genieten, de lening maximaal 100% van de voor de hoogte van de lening door de Belastingdienst fictief vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt.
2. Aangewezen organisaties voor monumentenbehoud en provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, komen niet in aanmerking voor een lening als bedoeld in het eerste lid.