BWBR0019330
Geldig vanaf 2005-12-25
Artikel 3
Regeling instelling werkgroep: Gelijke beloning, dat werkt!
1. De werkgroep heeft tot taak het bevorderen van de bekendheid met en de naleving van de wettelijke regels over gelijke beloning voor arbeid van (nagenoeg) gelijke waarde en gelijke behandeling bij de arbeidsvoorwaarden ongeacht geslacht, ras en contractsvorm (voltijd/deeltijd, tijdelijk/vast) bij de volgende groepen:
– werkgevers- en werknemersorganisaties,
– individuele werkgevers, individuele werknemers,
– personeelsmedewerkers,
– cao-onderhandelaars,
– houders van functiewaarderingssystemen, en
– ondernemingsraden.
2. De werkgroep kan deze taak uitvoeren door onder meer de volgende activiteiten te verrichten:
a. het geven dan wel laten geven van voorlichting over de wettelijke regels, de jurisprudentie, de instrumenten om gelijke beloning te bereiken en de onderzoeken op dit terrein;
b. het verrichten dan wel laten verrichten van onderzoek;
c. het verspreiden en verbeteren dan wel laten verbeteren van de instrumenten om gelijke beloning te bereiken. De instrumenten zijn: de managementtool gelijke beloning, de Checklist gelijke beloning, de handleiding sekseneutrale functiewaardering en de Quickscan gelijke beloning;
d. het bevorderen van scholing van de in lid 1 genoemde groepen;
e. het bevorderen van deskundigheid binnen de in de werkgroep vertegenwoordigde organisaties;
f. het geven van aanbevelingen aan de in de werkgroep vertegenwoordigde organisaties en aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De werkgroep stelt binnen drie maanden na haar instelling een plan van aanpak op, waarin een overzicht gegeven wordt van de activiteiten die de werkgroep gaat verrichten en de daaraan verbonden kosten. Het plan van aanpak wordt ter goedkeuring aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd.
4. De werkgroep brengt voor afloop van haar zittingsduur een verslag uit van haar werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten. Het verslag van werkzaamheden wordt toegezonden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
– werkgevers- en werknemersorganisaties,
– individuele werkgevers, individuele werknemers,
– personeelsmedewerkers,
– cao-onderhandelaars,
– houders van functiewaarderingssystemen, en
– ondernemingsraden.
2. De werkgroep kan deze taak uitvoeren door onder meer de volgende activiteiten te verrichten:
a. het geven dan wel laten geven van voorlichting over de wettelijke regels, de jurisprudentie, de instrumenten om gelijke beloning te bereiken en de onderzoeken op dit terrein;
b. het verrichten dan wel laten verrichten van onderzoek;
c. het verspreiden en verbeteren dan wel laten verbeteren van de instrumenten om gelijke beloning te bereiken. De instrumenten zijn: de managementtool gelijke beloning, de Checklist gelijke beloning, de handleiding sekseneutrale functiewaardering en de Quickscan gelijke beloning;
d. het bevorderen van scholing van de in lid 1 genoemde groepen;
e. het bevorderen van deskundigheid binnen de in de werkgroep vertegenwoordigde organisaties;
f. het geven van aanbevelingen aan de in de werkgroep vertegenwoordigde organisaties en aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De werkgroep stelt binnen drie maanden na haar instelling een plan van aanpak op, waarin een overzicht gegeven wordt van de activiteiten die de werkgroep gaat verrichten en de daaraan verbonden kosten. Het plan van aanpak wordt ter goedkeuring aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd.
4. De werkgroep brengt voor afloop van haar zittingsduur een verslag uit van haar werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten. Het verslag van werkzaamheden wordt toegezonden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.