BWBR0019310
Geldig vanaf 2006-02-05
Artikel 5
Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten
1. De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, gebruik van het daartoe door de Minister beschikbaar gestelde formulier, dat met betrekking tot een enkelvoudige aanvraag is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1avan deze regeling en met betrekking tot een meervoudige aanvraag is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1bvan deze regeling.
2. Bij de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt overgelegd:
a. een opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum van de persoon die aan het leer-/werktraject deelneemt, dan wel zal deelnemen;
b. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, in ieder geval in de periode van 1 januari 2004 tot het tijdstip van aanvang van het leer-/werktraject ononderbroken werkzaam is geweest in een gesubsidieerde dienstbetrekking;
c. bescheiden waaruit blijkt dat ten behoeve van de persoon, bedoeld in onderdeel a, in het kader van het leer-/werktraject scholing, al dan niet tezamen met een EVC-traject, wordt gerealiseerd die strekt tot het behalen van een certificaat of een diploma behorende bij een in het Centraal Register Beroepsopleidingen opgenomen opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel een certificaat of diploma van een in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs opgenomen opleiding, vergezeld van een opgave van de overeengekomen, dan wel overeen te komen scholingsduur;
d. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, op of na 1 september 2005 start met het leer-/werktraject;
e. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, tijdens het leer-/werktraject ten minste 12 uur per week werkzaam is in dienstbetrekking met een overeengekomen duur van ten minste 12 maanden;
f. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat met betrekking tot het begeleiden naar en deelnemen aan een leer-/werktraject door de persoon, bedoeld in onderdeel a, loonkosten volledig uit anderen hoofde worden betaald;
g. een verklaring van het Christelijk Nationaal Vakverbond, de Federatie Nederlandse Vakbeweging, de Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel, of een bij een van deze koepelorganisaties aangesloten vakbond, inhoudende dat die koepelorganisatie of de daarbij aangesloten vakbond instemt met de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a.
3. De Minister ontvangt de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, uiterlijk 31 juli 2006.
2. Bij de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt overgelegd:
a. een opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum van de persoon die aan het leer-/werktraject deelneemt, dan wel zal deelnemen;
b. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, in ieder geval in de periode van 1 januari 2004 tot het tijdstip van aanvang van het leer-/werktraject ononderbroken werkzaam is geweest in een gesubsidieerde dienstbetrekking;
c. bescheiden waaruit blijkt dat ten behoeve van de persoon, bedoeld in onderdeel a, in het kader van het leer-/werktraject scholing, al dan niet tezamen met een EVC-traject, wordt gerealiseerd die strekt tot het behalen van een certificaat of een diploma behorende bij een in het Centraal Register Beroepsopleidingen opgenomen opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel een certificaat of diploma van een in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs opgenomen opleiding, vergezeld van een opgave van de overeengekomen, dan wel overeen te komen scholingsduur;
d. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, op of na 1 september 2005 start met het leer-/werktraject;
e. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, tijdens het leer-/werktraject ten minste 12 uur per week werkzaam is in dienstbetrekking met een overeengekomen duur van ten minste 12 maanden;
f. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat met betrekking tot het begeleiden naar en deelnemen aan een leer-/werktraject door de persoon, bedoeld in onderdeel a, loonkosten volledig uit anderen hoofde worden betaald;
g. een verklaring van het Christelijk Nationaal Vakverbond, de Federatie Nederlandse Vakbeweging, de Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel, of een bij een van deze koepelorganisaties aangesloten vakbond, inhoudende dat die koepelorganisatie of de daarbij aangesloten vakbond instemt met de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a.
3. De Minister ontvangt de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, uiterlijk 31 juli 2006.