1. Indien de huurder uiterlijk op 28 februari 2006 een aanvraag om toekenning van een bijzondere bijdrage in de huurlasten als bedoeld in
artikel 26b, eerste lid, van de Huursubsidiewet, of een verzoek als bedoeld in
artikel 26g, eerste lid, van die wet, zoals die bepalingen laatstelijk luidden vóór de inwerkingtreding van de
Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, heeft ingediend en die aanvraag respectievelijk dat verzoek betrekking heeft op het tijdvak dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 of een daaraan voorafgaand bijdragetijdvak wordt die aanvraag respectievelijk dat verzoek afgedaan overeenkomstig de
regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 juli 1998(Stcrt. 150), zoals die laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze regeling.
2. Een verzoek om vrijstelling als bedoeld in
artikel 7, achtste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimtegaat vergezeld van een beschikking als bedoeld in
artikel 11, tweede lid, onderdelen a en b, van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van deze regeling of van een beschikking als bedoeld in
artikel 11, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, zoals dat laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze regeling.