Artikel 1
1. Het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak wordt herrekend door:
a. voor een eenpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
b. voor een meerpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, verminderd met het in onderdeel c van dat lid genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22, en
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, verminderd met het in onderdeel d van dat lid genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22.
2. De factoren, bedoeld in het eerste lid, worden op één decimaal afgerond.
a. voor een eenpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
b. voor een meerpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, verminderd met het in onderdeel c van dat lid genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22, en
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Huursubsidiewet, verminderd met het in onderdeel d van dat lid genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22.
2. De factoren, bedoeld in het eerste lid, worden op één decimaal afgerond.